 |
Wat voor evenementen organiseert het HessenHuis?
Naast tijdelijke tentoonstellingen van hedendaagse kunst, kan je in het HessenHuis terecht voor performances, concerten, manifestaties, festivals, debatten, lezingen, ontmoetingen met kunstenaars, lanceringen van tijdschriften, picknicks en wandelingen…
Waar komt de naam HessenHuis vandaan?
Het Oosterlingenhuis, het Hansahuis en het HessenHuis waren stapelpanden die in de 16de eeuw werden opgetrokken in de zgn. Nieuwstad. In dit nieuwe stadsdeel ten noorden van Antwerpen bevonden zich vlieten die dienst deden als de eerste grote dokken. De meeste van deze enorme pakhuizen verdwenen in de loop van de 19de eeuw. Het HessenHuis, klein bier in vergelijking met de andere pakhuizen, is de laatste getuige van deze 16de eeuwse stapelpanden.
Het pakhuis, voltooid in 1564, werd door de stadsmagistraat gelijktijdig gebouwd met het stadhuis en dit op vraag van kooplieden en expediteurs, waaronder Duiters, Italianen, Spanjaarden en Antwerpenaren. Het diende om de met vrachtwagens over land aangevoerde goederen beter te kunnen bewaken en bewaren en meteen om logies te verschaffen. Het nieuwe gebouw werd weldra Hessenhuys genoemd, hoogstwaarschijnlijk naar de welbekende Hessenwagens afkomstig uit Hessen in Duitsland. Deze wagens brachten wellicht niet alleen goederen aan uit Midden- en Oost-Duitsland, maar ook uit Polen, Hongarije, en zelfs Rusland. Op de terugreis namen ze koopwaar mee uit onze gewesten of goederen die in de haven van overzee werden aangevoerd, o.m. uit Azië en Amerika. De vlieten verzorgden een directe verbinding met de Schelde, de aanpalende paardenmarkt leverde de nodige paardenkracht.
De brede en hoge poorten van het HessenHuis lieten de "hessenwagens" toe binnen te rijden zodat ze rechtstreeks konden gelost worden. Naast een immense stapelruimte waren er ook de stallingen voor de paarden. Op de verdiepingen konden de voerlui overnachten. Tijdens de woelige periode van godsdienstperikelen was op de bovenverdieping zelfs een tijdlang een soort Lutherse tempel ondergebracht.
Na de sluiting van de Schelde in 1585, een twintigtal jaren na de eerste ingebruikname van het stapelpand, voltrok zich een zware economische achteruitgang. Hierdoor verloor het HessenHuis een stuk van zijn oorspronkelijk handelskarakter. Lange tijd vonden militairen van diverse oorsprong er onderdak. In de 19de eeuw werd het gebouw terug in gebruik genomen als magazijn, achtereenvolgens voor de haven en de dienst werken van de stad Antwerpen, om uiteindelijk te fungeren als museaal depot.
Het gebouw, 21 bij 60 m, is opgetrokken in de traditionele Brabantsgotische zand- en baksteenstijl. De langgerekte constructie, het gebruik van rondboogpoorten met marmeren omlijstingen verwijst naar Italianiserende renaissance-invloeden, net als bij het stadhuis dat opgetrokken werd naar de plannen van Cornelis Floris de Vriendt. Binnenin treft men een prachtige houten constructie aan, die de verdiepingen verdeelt in drie beuken met drie niveaus en afzonderlijke zadeldaken. De oorspronkelijke steun- en moerbalken werden in de jaren 1880 verstevigd met geklonken ijzeren profielen om het draagvermogen te verhogen.
Reeds in 1936 werd het HessenHuis met inbegrip van grote delen van het interieur en de metalen verstevigingsconstructie uit de 19de eeuw beschermd als monument.
Van 1958 tot 1962 bracht een groep van jonge Antwerpse kunstenaars onder de naam G58-HessenHuis op de tweede verdieping een reeks opzienbarende avant-garde kunsttentoonstellingen, toneel-, muziek- en filmvoorstellingen, evenals debatten. Deze manifestaties, waaraan zowel binnen- als buitenlandse artiesten deelnamen, vonden een grote weerklank. Het HessenHuis verdween dan opnieuw uit de belangstelling tot in 1975 toen een deel van het gelijkvloers opnieuw voorlopig als tentoonstellingszaal werd ingericht.
Vanaf 1979 werden restauratie en renovatieprojecten aangevat, waardoor het HessenHuis tal van internationale tentoonstellingen kon programmeren.
Wat is de relatie tussen het HessenHuis en de stad Antwerpen?
Het Hesenhuis valt onder de koepel van de Stedelijke Musea Antwerpen. Andere musea onder die koepel zijn: Middelheimmuseum, Rubenshuis, Rubenianum, Museum Mayer van den Bergh, Nationaal Scheepvaart Museum, het AMVC-Letterenhuis, Museum Vleeshuis, Volkskundemuseum, Etnografisch Museum en Museum Plantin Moretus/Prentenkabinet.
Omdat het Middelheimmuseum tot nu toe de enige stedelijke instelling was die hedendaagse beeldende kunst toonde, wordt het HessenHuis organisatorisch gedragen door het Middelheimmuseum.
Voor meer informatie: www.museum.antwerpen.be
Wie kiest de tentoonstellende kunstenaars?
De programmatie staat onder leiding van Sara Weyns, coördinator tentoonstellingen voor het Middelheimmuseum en voor het HessenHuis. Daarmee maakt zij deel uit van het team onder leiding van Menno Meewis, directeur van het Middelheimmuseum, en Steven Thielemans, directeur Stedelijke musea Antwerpen.
Maar het HessenHuis ontvangt vooral ook projecten voorgesteld door gastcuratoren en kunstenaars. Elk project passeert hoe dan ook voor een adviesraad, bestaande uit Jan Debbaut, Marc Ruyters en Fleurie Kloostra.
Wat is de bijdrage van de kunstenaars aan de programmatie?
De uitgenodigde kunstenaars bepalen de vorm van hun interventie in samenspraak met de curator(en). Naast hun deelname aan de tijdelijke tentoonstellingen geven zij de programmatie in de periferie van de tentoonstelling mee vorm, alsook de doorlopende programmatie.
Wat is de plek van de Antwerpse kunstenaar binnen de programmatie?
Het HessenHuis toont het werk van levende kunstenaars, van welke nationaliteit dan ook. Toch waakt het ervoor de – opkomende – kunstenaar die in Antwerpen woont en werkt te plaatsen in een internationale context. Tot nu toe werkt en woont 61,5 % van de geprogrammeerde kunstenaars in Antwerpen.
Waarom blijft het HessenHuis open tijdens de opbouw van de tentoonstellingen?
Het HessenHuis blijft toegankelijk voor het publiek tijdens de opbouw van de tijdelijke tentoonstellingen, om verschillende redenen:
- Het biedt een blik op een interessant aspect van het tentoonstellingsapparaat dat meestal verborgen blijft.
- Het HessenHuis heeft een doorlopende programmatie, los van de tijdelijke tentoonstellingen
- De opzet van het HessenHuis is niet die van een klassieke tentoonstellingscontext. Het HessenHuis toont het artistieke proces in flux.
Waarom wijken de openingsuren af van de gangbare openingsuren voor musea?
Het Hessenhuis is toegankelijk voor het publiek van 13.00 uur ’s middags tot 21.00 uur ’s avonds. Daarmee wil het Hessenhuis zoveel mogelijk aansluiten bij de werk- en leefwereld van zijn doelpubliek: zowel mensen die het Hessenhuis beroepshalve zullen bezoeken (en dus tijdens de kantooruren kunnen langskomen) als een publiek dat zich niet professioneel met kunst bezighoudt, en dus gedwongen is in de vrije tijd langs te komen. Deze openingsuren maximaliseren de toegankelijkheid vooral voor deze tweede groep.
Hiervoor zal echter een overurenregeling noodzakelijk zijn.
Wat is het profiel van het HessenHuispubliek?
Het Hessenhuis richt zich tot verschillende doelgroepen:
- een breed publiek van geïnteresseerden in hedendaagse kunst, uit Antwerpen, Vlaanderen, België en het nabije buitenland.
- een publiek van ‘professionals’: curatoren, kunstenaars, critici, museumdirecteurs, galeristen, verzamelaars. Met andere woorden: de nationale en internationale kunstwereld.
- een publiek van jonge volwassenen die beeldende kunst nog moeten ontdekken als een boeiend, dynamisch en verrassend fenomeen: dit is een voornamelijk regionale doelgroep.
- Ook voor bevolkingsgroepen die niet makkelijk de weg vinden naar culturele instellingen, wil het Hessenhuis een lage drempel hebben. Voor de programmatie zelf wordt ook gezocht naar contacten met stedelijke organisaties die hier reeds inspanningen leveren. Het gaat hier om een lokale doelgroep.
Is er een relatie tussen het HessenHuis en privébedrijven?
Vooralsnog wordt het HessenHuis helemaal gedragen door fondsen van de stad Antwerpen en de Vlaamse Gemeenschap.
Welke relatie heeft het HessenHuis met de kunstmarkt?
Het HessenHuis is een niet-commercieel initiatief. Daar staat tegenover dat het één van de objectieven is om exposerende kunstenaars voor te stellen aan een kritisch publiek van galeristen, verzamelaars, museumcuratoren en critici.
|
 |
 |