• home

   • bezoek

   • activiteiten

   • collectie

   • het Vleeshuis

         de Vleeshouwersgilde

         het gebouw
         de 19de eeuw
         de verdwenen wijk
         museum en collectie
         vanaf 2006

   • educatie

   contact

De Vleeshouwersgilde  
 

De Vleeshouwers

In 1290 erkende hertog Jan I de ambachtsgroep van de Antwerpse vleeshouwers, waardoor ze de oudste ambachtsgilde zijn in de stad. De hertogen erkennen ook de erfbaarheid van de vleesbanken.
Door die erfbare uitbating, behoorden vele gildeleden tot de meest welstellende families van de stad, en verhuurden de uitbating van hun kraam vaak aan derden.

Het oude, ca. 1250 gebouwde vleeshuis - gebouwd in opdracht van de hertog en bekostigd door de stad om de vleeshandel te controleren - was mogelijk slachthuis én verkoophal. Het aantal vleeshouwers was beperkt door de 52 ‘banken’.

Bij het aanbreken van de zestiende eeuw voldeed het oude vleeshuis niet langer. Daarom verleende de hertog in 1500 een nieuw privilege voor de bouw van ‘een ander chierlijck ende eerlijck huys’. Het huidige vleeshuis – volledig betaald door de vleeshouwers - werd twee keer groter en het aantal vleesbanken werd uitgebreid tot 62. Het werd tegelijk een verkoophal en een indrukwekkend gildenhuis, dat het belang van hun organisatie benadrukte. Achteraan in de gelijkvloerse hal bevond zich de kapel van de gilde.

Talrijke documenten van de overheden en van de gilde zelf illustreren het reilen en zeilen van de gilde. De belangrijkste privilegies en charters komen van de hertogen van Brabant. De werking van de gilde zelf werd beschreven in interne documenten zoals de resolutieboeken (reglementen), inkom- en eedboeken (nieuwe leden), slachters- en kraamboeken (boekhouding). Daarnaast zijn er nog talloze gedrukte verordeningen van de stad. Omdat vlees een belangrijk onderdeel was op het menu, werden er strenge reglementen uitgevaardigd om de versheid en de hygiëne te waarborgen.

De vleeshouwers gebruikten het Vleeshuis tot de Fransen in 1796 de gilden afschaften en het vleeshuis drie jaar later verkochten. De vleeshouwers kochten zelf het vleeshuis terug aan en hervatten nog even hun activiteiten op beperkte schaal. Ze verhuurden het grootste deel van het gebouw en verkochten het uiteindelijk in 1841 aan wijnhandelaar Peyrot.

Charter uit 1249 van Hendrik III, hertog van Brabant.

Charter uit 1249 van Hendrik III, hertog van Brabant. Hiermee geeft de hertog toestemming voor de bouw van een nieuw vleeshuis. Op basis van dit document dateert men de bouw van het tweede Vleeshuis ca. 1250. © Stadsarchief Antwerpen.

 
 
         

Reconstructie van het interieur van de raadzaal van de vleeshouwers op de eerste verdieping van het Vleeshuis.

Reconstructie van het interieur van de raadzaal van de vleeshouwers op de eerste verdieping van het Vleeshuis. De fraaie schouw is nog grotendeels origineel. © Collectiebeleid Musea Stad Antwerpen.

   
       
             
   

Interieur van het groot Vleeshuis te Brussel ca. 1910.

Interieur van het groot Vleeshuis te Brussel ca. 1910. Wellicht stonden er 62 vergelijkbare vleesbanken in het Antwerpse Vleeshuis. © Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium, Brussel.