Collectie
Dulle Griet door Pieter Bruegel de Oude, 1561-62



Dit schilderij werd door Mayer van den Bergh in 1897 op een veiling te Keulen ontdekt. Niemand betoonde enige interesse voor dit 'spookachtig landschap'. De verzamelaar kocht het voor een 'prikje' en identificeerde het werk reeds na enkele dagen. Eertijds behoorde het kunstwerk toe aan keizer Rudolf II van Praag. Het schilderij is sindsdien wereldberoemd geworden.

De vele theorieën die het schilderij als hekeling of uitbeelding van de verschrikkingen van Bruegels tijd opvatten, deden het schilderkunstige en coloristische geweld van het werk onrecht aan. Op de eerste plaats uit het zich als een apocalyptisch beeld. Bruegel slaagde erin om op meesterlijke wijze "te schilderen, wat niet te schilderen is", zoals zijn vriend Ortelius over hem schreef, d.w.z. een verschrikking boven mensenmaat, kosmisch en alomvattend. Niet de angst of de dreiging, maar de wanhoop van een verdwaasde mensheid voor een onontkoombare straf spreken tot de verbeelding van de museumbezoeker.
Bruegel onderging duidelijk de invloed van Jeroen Bosch zoals blijkt uit de ongebreidelde verbeeldingskracht en de fascinerende kleuren.

TERUG NAAR HOOFDPAGINA