Rondom het Vleeshuis: geschiedenis van een verdwenen wijk
In de Middeleeuwen was de buurt rond het Vleeshuis het aristocratische centrum van de stad. Stilaan schoof het centrum op naar de Meir. Vanaf de negentiende eeuw werd de Vleeshuiswijk één van de meest bevolkte volkswijken. De meeste bewoners waren op de een of de andere manier verbonden met de zich snel ontwikkelende haven.
Er waren logementshuizen, hotels en veel huurhuizen, dikwijls verhuurd per kamer, waar zowel havenarbeiders, zeelui, bedienden, ambachtslui, als prostituees een onderkomen zochten. Wanneer de havenactiviteiten uit het centrum van de stad verdwenen, bleef de Vleeshuisbuurt een geliefde uitgaansbuurt met veel cafés en bars maar liep stilaan leeg als woonwijk.
Tot in de tweede helft van de negentiende eeuw stond het Vleeshuis ingesloten tussen de middeleeuwse straatjes van de oude stadskern. Na het rechttrekken van de Scheldekaden (1877-1885) werd het stilaan een losstaand monument. In het kader van de naoorlogse wederopbouw wou het stadsbestuur de verkrotte volksbuurten saneren.
Een grootscheeps wijksaneringsplan voorzag in sociale woningbouw. De onteigening van de Vleeshuisbuurt bleek een zeer langzaam proces en het verkrottingsproces van de huizen leek onstuitbaar. Sommige historische panden werden afgebroken en steen voor steen terug opgetrokken in het Openluchtmuseum Bokrijk waar ze deel zouden uitmaken van een gereconstrueerde oud-Brabantse stad, een project dat nooit volledig gerealiseerd werd.
In de jaren zeventig van de twintigste eeuw werd de al jaren verkommerende Vleeshuisbuurt quasi totaal afgebroken. Voor het eerst in zijn eeuwenoude geschiedenis stond het Vleeshuis als surrealistisch monument alleen in de vlakte. De omgeving was één grote parking. Met de bouw van de sociale woonwijk rondom het Vleeshuis werd het monument terug ingebed in het stedelijk weefsel.
De Vleeshuiswijk werd uiteindelijk naar een ontwerp van architect R. Groothaert gerealiseerd vanaf 1974. Met de bouw van nieuwe sociale woningen raakte de buurt terug bewoond, maar zijn oorspronkelijk karakter was definitief verdwenen.
|